Spreiding uitgelegd: waarom risico verdelen loont
Eén bedrijf kan omvallen, een hele wereldindex zelden. Wat spreiding wél en niet oplost.

Beeld · eigen productie
Spreiding is het enige in beleggen dat een gratis lunch benadert: u verlaagt uw risico zonder daarvoor rendement in te leveren. Dat komt doordat bedrijven niet allemaal tegelijk en niet in dezelfde mate mis gaan.
Twee soorten risico
Het risico van één bedrijf (een mislukt product, een fraudezaak, een brand) heet specifiek risico. Dat verdwijnt naarmate u meer bedrijven bezit: als één van de vijftienhonderd omvalt, verliest u een fractie.
Daarnaast is er marktrisico: een recessie, een rentestap, een pandemie. Dat treft vrijwel alles tegelijk en verdwijnt níet door meer aandelen te kopen. In 2008 daalden alle grote indices samen.
Het punt van spreiding is dat u alleen betaald wordt voor het risico dat u niet kunt wegnemen. Specifiek risico dragen levert gemiddeld niets extra op. Waarom zou u het dan dragen?
Over welke assen u spreidt
Over bedrijven is de eerste as, en die is snel geregeld met een indexfonds. Daarna komen sectoren: twintig bankaandelen zijn minder gespreid dan ze lijken. Dan landen en regio's: veel Nederlandse beleggers hebben onbedoeld een enorme overweging in Nederland. En tot slot de tijd: door maandelijks in te leggen koopt u vanzelf op verschillende momenten.
Waar de grens ligt
Het grootste deel van het specifieke risico is al weg bij enkele tientallen goed verspreide aandelen. Van vijftienhonderd naar drieduizend bedrijven maakt statistisch weinig verschil. Meer spreiding is daarna vooral gemak, geen extra bescherming.
Er bestaat ook overdreven spreiding: acht fondsen die grotendeels dezelfde bedrijven bezitten, geeft geen extra veiligheid maar wel extra kosten en administratie.
Wat spreiding niet doet
Het maakt uw portefeuille niet veilig. Het maakt hem alleen niet afhankelijk van het lot van één onderneming. Wie zijn geld over vijf jaar nodig heeft, heeft aan spreiding weinig: dan is de horizon het probleem, niet de verdeling.